Eén generatie
De gehanteerde definitie voor duurzaamheid is dat de gevolgen niet meer dan één generatie mogen strekken. Eén generatie is daarbij gelijk gesteld aan 30 jaar.
Met de natuur mee
Het idee achter duurzaam storten kan ook worden samengevat als: met de natuurlijke processen meegaan, in plaats van daartegenin. Want of je het nu wilt of niet, natuurlijke processen vinden plaats. Dan is maar beter om ze zoveel mogelijk naar je hand te zetten en te gebruiken. Voor duurzaam storten betekent dit dat diverse processen versneld worden. Denk aan uitspoeling en natuurlijke afbraak van organisch materiaal. Andere processen worden in een meer gewenste richting omgebogen (immobilisatie).
Evenwicht tussen stort en omgeving
Zodra het milieu in een stortplaats vergelijkbaar is met dat in de bodem eromheen, is er geen spanningsveld meer waardoor verontreinigingen zich vanuit de stortplaats naar de bodem bewegen. Net als bij een hoogteverschil treedt met name verspreiding van verontreinigingen op bij een verschil in concentraties. Als er geen noemenswaardig verschil is, is er geen beweging.
Reagerende afvalstoffen en gebruik van water
Als verschillende stoffen bij elkaar gedaan worden, kunnen die met elkaar reageren. En water is een belangrijk middel om reacties in gang te zetten of juist te stoppen. Ook maakt het uit welke afvalstoffen in welke verhoudingen gemengd worden. Zo kan de biologische afbraak versneld worden, de uitloging gecontroleerd worden en kunnen stoffen worden vastgelegd.
Drempel
Niet de individuele afvalstoffen zijn bepalend voor de risico’s van een stortplaats. De risico’s zijn afhankelijk van de combinatie van afvalstoffen en van de processturing voor en na het storten.
Processturing
Na de afvalselectie kan een stortplaatsexploitant diverse processen beïnvloeden. Zoals:
- Voorbehandeling
- Biodegradatie
- Immobilisatie
- Oplosbaarheidscontrole
- Doorspoeling
Verduurzaming van bestaande stortplaatsen
Voorbehandeling is niet meer toe te passen op afval dat al is gestort. De overige processen zijn –zij het in mindere mate nog wel te beïnvloeden. Mogelijk vergt dit proces meer tijd, maar het streven is hiermee eveneens een veilige situatie te creëren. Zolang de stortplaats van een onderafdichting is voorzien en geld beschikbaar is voor het alsnog aanbrengen van een bovenafdichting, moeten de processen zodanig gestuurd worden dat de risico’s verder afnemen. Als een stabiele, veilige eindsituatie wordt bereikt, is nazorg overbodig gemaakt. Mocht dit niet lukken, dan kunnen alsnog aanvullende maatregelen getroffen worden, zoals bijvoorbeeld een bovenafdichting.